Van 7 tot en met 13 september is het Verspillingsvrije Week. Maar hoe verminder je voedselverspilling in de zorg zonder in te leveren op kwaliteit en gastvrijheid? Volgens Wilko Lichteveld, kok in Catharinahof bij BrabantZorg, begint het antwoord niet in de keuken, maar bij de bewoner.
Voor Wilko Lichteveld is voedselverspilling geen nieuw onderwerp. Al van jongs af aan kreeg hij mee dat voedsel waardevol is en niet zomaar wordt weggegooid. "We maakten vroeger alleen wat we nodig hadden. We aten wat het seizoen bood en wat er uit de moestuin kwam. Alles werd gebruikt.” Die basisgedachte neemt hij nog steeds mee in zijn werk.
Van aanbodgestuurd naar vraaggestuurd
Volgens Wilko ontstaat veel voedselverspilling doordat maaltijden niet altijd aansluiten bij wat bewoners graag eten. Vaak wordt vooraf bepaald wat er op het menu staat, terwijl bewoners verschillende wensen en eetgewoonten hebben.
"Als je mensen eten aanbiedt dat ze niet lekker vinden, ontstaat verspilling. Zo simpel is het."
Niet iedereen heeft op hetzelfde moment behoefte aan een warme maaltijd, een grote portie of hetzelfde gerecht. Door beter te kijken naar persoonlijke voorkeuren en behoeften eten bewoners beter én blijft er minder voedsel over.
Bij het terugdringen van voedselverspilling wordt vaak gekeken naar processen en cijfers. Volgens Wilko ligt de sleutel ergens anders: smaak.
"Lekker is de trekker."
Wanneer bewoners genieten van hun maaltijd, eten zij meer en belandt er minder in de afvalbak. Daarbij gaat het niet alleen om het eten zelf, maar ook om de totale beleving. Een mooi gedekte tafel, goed bestek, prettig gezelschap en een rustige omgeving dragen allemaal bij aan een positieve eetervaring.
"Eten draait om meer dan voeding alleen. Mensen willen zich gezien en gehoord voelen."
Een van de maatregelen die binnen BrabantZorg veel effect heeft gehad, is het werken met keuzemenu's. Bewoners kunnen per gang uit twee opties kiezen, bijvoorbeeld twee verschillende soepen, hoofdgerechten en desserts. Daardoor sluit het aanbod beter aan op hun wensen en wordt er minder eten verspild.
Daarnaast wordt gewerkt met prognoses om beter in te schatten hoeveel er nodig is. Gerechten die overblijven, krijgen waar mogelijk een tweede bestemming. Zo worden restanten verwerkt in een broodje van de dag of een ander gerecht. Ook thema-avonden helpen om nieuwe smaken te introduceren en inzicht te krijgen in wat bewoners echt waarderen.
"We kijken continu naar onze doelgroep en passen ons aanbod daarop aan."
Kleine veranderingen, groot effect
Voor zorgorganisaties die morgen al een eerste stap willen zetten, heeft Wilko een duidelijk advies: leer je bewoners kennen.
Vraag waar zij behoefte aan hebben, speel in op de seizoenen en kijk kritisch naar portiegroottes. Maar besteed ook aandacht aan de omgeving waarin gegeten wordt.
"Ken je doelgroep en maak wat mensen graag eten. Dan ben je al een heel eind op weg."
Als Wilko naar de toekomst kijkt, ziet hij vooral kansen om voeding nog beter aan te laten sluiten op de individuele behoeften van bewoners. Daarbij staat kwaliteit van leven centraal. Goede voeding, voldoende eiwitten, passende begeleiding en aandacht voor persoonlijke voorkeuren zijn daarbij onmisbaar.
Zijn boodschap sluit naadloos aan bij de gedachte achter de Verspillingsvrije Week: voedsel is te waardevol om weg te gooien.